‘t Stumpke Gemert in woord en beeld
– ’t Stumpke of het Parochiehuis – ook wel het Patronaat – was een katholiek zalencomplex annex jongerenactiviteitencentrum in de Kerkstraat, eigendom van en gelegen naast de St.-Jans Onthoofdingkerk. Meerdere generaties Gemertenaren hebben er een deel van hun tocht naar de volwassenheid vorm gegeven.
Door Simon van Wetten
Tijdens de presentatie, jongstleden zondag, van het boek dat Jan Winkelmolen over ’t Stumpke heeft samengesteld, vertelde Theo Maas, zoon van de toenmalige beheerder Nölleke Maas, soms geëmotioneerd over zijn herinneringen aan het gebouw met het stompe dak, ’t Stumpke dus. “Mijn ouders deden daar vanaf januari 1958, samen met familie, vrijwel alles zelf. Opa Beekmans kwam bijvoorbeeld de kachels ’s ochtends schoonmaken. Op het hoogtepunt waren dat elf kolenkachels; die werden leeggemaakt, opnieuw aangemaakt en met de kolenkit bijgevuld.” Vader en moeder Maas werkten in ruil voor vrije inwoning. Nölleke had daarnaast ook nog een volledige baan, eerst als eindcontroleur in de textiel, later als magazijnbediende bij ‘De Corst’ (Corstens) aan de overkant van de straat.
Wat er allemaal gebeurde in ’t Stumpke? Theo: “Soms een toneelstuk of een dansavond. Het was ook het jeugdhonk van de KWJ, de Katholieke Werkende Jongeren. De aanhang van de voetbalclub kwam er, maar met name de jeugdactiviteiten werden met overgave beleefd. Er stond een ping-pong-tafel, een Russisch biljart en op ‘t toneel waren twee biljarts bijgeplaatst. Later ook nog een ijshockeyspel en een behendigheidsspel model-auto besturen. En op ‘d’n blinden därm’ kwam nog een tweede tennistafel. Er werd veel gekaart, toepen en petoeten met name. Het buffet (de bar) werd vernieuwd en er kon in het vervolg ook bier worden getapt. En natuurlijk was er altijd muziek: de laatste hits werden op een pick-up met platenwisselaar gedraaid. Als je ruzie zocht of anderszins vervelend gedrag vertoonde, was zowel mijn vader als mijn moeder onverbiddelijk: eruit en je hoefde je de komende weken niet te vertonen. Maar eigenlijk ging het er altijd heel gemoedelijk aan toe.”
Bernard Janssen, die de middag presenteerde en daarbij veel prachtige, nostalgische foto’s liet zien, benadrukte het belang van ’t Stumpke voor de naoorlogse jeugd, de babyboomers. Hij wist ook nog te vertellen dat de Brinkman Brothers, de van oorsprong Gemertse, maar later naar Canada geëmigreerde band, hun allereerste optreden in ’t Stumpke gaven, tegen een honorarium van 15 harde guldens.
Overigens kwam Pieter Penninx tijdens de presentatie nog met een andere naamsverklaring: “Het was het stumpke van de sigaar in Nöllekes mond.” In 1974 werd ‘t Stumpke gesloten. Het hele complex werd verkocht en kreeg een woonbestemming.
Dit 23e boek van Jan Winkelmolen staat vol anekdotes en foto’s. Hijzelf vertelt: “Het was een paradijsje. Wekelijks telde ik erop daarnaartoe te gaan. Zoveel was er immers niet voor mijn leeftijdsgroep in Gemert. Ik weet nog dat de jeugd van de Berglaren niet naar de Gerarduskerk, maar naar de Sint Jan ging, dan waren ze na de mis eerder in ’t Stumpke. Nol Maas waakte als een vader over zijn gasten. Ja, ik vond dat dit stukje Gimmertse geschiedenis vastgelegd moet worden.”
Na de presentatie werden her en der in het publiek vol elan herinneringen aan vervlogen patronaatstijden gedeeld…
‘Jeugdherinneringen aan ’t Stumpke’ is te koop bij de lokale boekhandel.

Nol en Marietje Maas, beheerders van `t Stumpke, achter d`n toog. De jeugdige klant wacht op zijn wisselgeld.